Woordsoorten
9 onderwerpen · Engelse grammatica
Tijden, lidwoorden, voorzetsels en meer
- Beginner
Lidwoorden (a/an/the)
Articles (a/an/the)
Gebruik "a/an" wanneer je iets voor het eerst noemt of wanneer het één van velen is. Gebruik "the" voor…
- Beginner
Voorzetsels van Plaats
Prepositions of Place
Gebruik voorzetsels van plaats om te beschrijven waar mensen, objecten of plaatsen zich ten opzichte van…
- Beginner
Voorzetsels van Tijd
Prepositions of Time
Gebruik "at" voor kloktijden, maaltijden en feestdagen. Gebruik "on" voor dagen van de week en specifieke…
- Beginner
Telbare en Ontelbare Zelfstandige Naamwoorden
Countable & Uncountable Nouns
Gebruik telbare met a/an, getallen en many/few. Ontelbare met much/little/some/any, maar nooit direct met…
- Beginner
Bijvoeglijke Naamwoorden (Basis)
Adjectives (Basic)
Gebruik bijvoeglijke naamwoorden voor zelfstandige naamwoorden om ze te beschrijven (attributief), of na…
- Beginner
Bijwoorden van Frequentie
Adverbs of Frequency
Gebruik bijwoorden van frequentie met de present simple om te beschrijven hoe vaak iets gebeurt. Plaats ze…
- Gemiddeld
Vergrotende en Overtreffende Trap
Comparative & Superlative
Gebruik de vergrotende trap (+ than) om twee dingen of personen te vergelijken. Gebruik de overtreffende trap…
- Gemiddeld
Modale werkwoorden (can, could, must)
Modal Verbs (can, could, must)
Gebruik "can" voor vermogen/toestemming in het heden. "Could" voor vroeger vermogen, beleefde verzoeken of…
- Gevorderd
Werkwoordsuitdrukkingen
Phrasal Verbs
Gebruik werkwoordsuitdrukkingen in alledaags gesproken Engels en informeel schrijven. Ze klinken natuurlijker…